Wanneer de eerste melding van een ongeval wordt ontvangen, is de omvang vaak nog niet te overzien. Aan de hand van de binnenkomende berichten en nadere informatie wordt omvang en ernst beoordeeld. Dan kan worden vastgesteld of het ongeval zal uitgroeien tot een ramp. Ondertussen zijn de eerste ambulances natuurlijk al onderweg! Wat gebeurt er nu eigenlijk vanaf het moment van melding? Hoe wordt de medische hulpverlening georganiseerd?
Als via 112 een melding van een groot ongeval of ramp binnenkomt, wordt meteen een grote groep mensen in beweging gezet. Hulpverleners komen vanuit de hele provincie naar het ongevalsterrein, om daar samen te werken, met als doel zoveel mogelijk levens te redden. Dit samenwerken van alle zelfstandige medische hulpverleningsorganisaties gebeurt in GHOR-verband. De GHOR is de keten van hulpverleningsdiensten die betrokken zijn bij het zo goed mogelijk opvangen, verzorgen en verder leiden van slachtoffers richting de reguliere zorg (huisartsen, ziekenhuizen). Deze hulpverleningsketen moet bij het uitvoeren van de medische taken hecht samenwerken om tot goede resultaten te komen. Het bureau GHOR Zeeland, een afdeling van de Veiligheidsregio Zeeland, coördineert de medische hulpverlening in GHOR-verband. Daarover worden van te voren met alle partners goede en duidelijke afspraken gemaakt.
Bij het bestrijden van de ramp of het ongeval moet duidelijk zijn wie wat doet. In de Brandweer- en Rampenwet (1985) en de Wet Geneeskundige Hulpverlening bij Rampen (1991) zijn taken vastgelegd en onderlinge verhoudingen geregeld. De burgemeester van de gemeente waarbinnen de ramp zich voordoet, is eindverantwoordelijk voor het totale hulpverleningsproces. Hij of zij heeft officieel de leiding over de hele operatie, waarbij onder andere brandweer, politie, GHOR, rijkswaterstaat en het waterschap betrokken kunnen zijn. Onder de burgemeester zijn de leidende functionarissen op het rampterrein natuurlijk degenen die de daadwerkelijke hulpverlening aansturen.
Snelle en effectieve geneeskundige hulpverlening is van essentieel belang bij een ramp. Binnen de Veiligheidsregio Zeeland is een aparte afdeling belast met de regie op de hulpverlening bij ongevallen en rampen, het bureau GHOR. Bestuurlijk wordt de GHOR-organisatie aangestuurd door het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Zeeland.
De Regionaal Geneeskundig Functionaris (RGF) is belast met de leiding en coördinatie van de geneeskundige hulpverlening bij een (grootschalig) ongeval of de ramp. Dat betekent dat het werk van ambulancediensten, de Centrale Post Ambulancevervoer (CPA), huisartsen en het Nederlandse Rode Kruis op het rampterrein onder zijn verantwoordelijkheid valt. Met al deze organisaties, evenals met de ziekenhuizen, zijn door de GHOR afspraken gemaakt over hun bijdrage aan de geneeskundige hulpverlening.
Naast de taak acuut medische hulp te verlenen, heeft de RGF mede de verantwoordelijkheid voor de medisch hygiënische toestand in het getroffen gebied. Dit betreft taken zoals infectieziektebestrijding, medische begeleiding bij evacuatie, toezien op de volksgezondheid bij milieurampen, advisering aan de gemeente over de voorlichting aan de bevolking en het zonodig verzorgen van inentingen.
Het is belangrijk dat iedereen op het rampterrein direct weet wat er moet gebeuren en duidelijke aanwijzingen krijgt, om zo de medische hulpverlening zo efficiënt mogelijk te laten verlopen. Een goede coördinatie is vaak letterlijk van levensbelang! De Regionaal Geneeskundig Functionaris (RGF) is verantwoordelijk voor de medische hulpverlening. De leiding op het rampterrein is echter in handen van de Officier van Dienst Geneeskundig (OvDG). Deze OvDG is snel ter plaatse, in een opvallend gele wagen, voorzien van sirene, zwaailichten en de nodige communicatieapparatuur. In samenwerking met de aanwezige ambulances wordt er voor gezorgd dat de gewonden zo snel mogelijk naar de diverse ziekenhuizen worden gebracht. Zo nodig wordt bijstand gevraagd aan een naburige regio. De OvDG staat in nauw contact met de RGF, die meestal in het gemeentehuis de burgemeester adviseert bij de algehele coördinatie en het opperbevel over de ramp.
Het complete team dat de medische hulpverlening op het rampterrein verzorgt, wordt een Geneeskundige Combinatie genoemd. Aan ieder peloton van de Zeeuwse brandweer is een Geneeskundige Combinatie gekoppeld voor de medische hulpverlening aan slachtoffers. In Zeeland is één combinatie gestationeerd: in Borssele. In heel Nederland wordt een Geneeskundige Combinatie op dezelfde wijze samengesteld en gelden dezelfde eisen ten aanzien van kwaliteit en uitrusting. Zo kan naadloos overgeschakeld worden naar grootschalige hulpverlening met behulp van teams uit naburige regio’s.
Een Geneeskundige Combinatie bestaat uit:
Een AMBU-team bestaat uit twee ambulanceverpleegkundigen en twee chauffeurs. Na aankomst op de plaats van het ongeval of het rampterrein blijven zij daar werkzaam. Ze vervullen geen taak bij het vervoer van slachtoffers naar ziekenhuizen. Hun uitrusting: een Mercedesbus met aanhangwagen, spoedkoffers met medisch materiaal, brancards, brandwondensets, extra zuurstof, beademingsapparatuur, spalken voor nek/arm/been, persoonlijke uitrusting.
De SIGMA-groep is een eenheid van vrijwilligers die de professionele hulpverleners assisteert en ondersteunt bij grootschalige ongevallen en rampen. De SIGMA bestaat uit acht personen, waaronder een coördinator en een chauffeur. De SIGMA wordt in principe geformeerd uit een pool van vrijwilligers, van bij voorkeur het Nederlandse Rode Kruis uit de betreffende regio. Hun uitrusting: een Mercedesbus met aanhangwagen, verbandkoffers en -kisten, gewondentent met volledige inrichting zoals aggregaat, verwarming, verlichting, registratiemateriaal en materiaal voor het opstellen van brancards.
De brandweer zorgt voor een herbevoorradingsunit op het ongevals- of rampterrein. Deze bevat hetzelfde materiaal als waarmee AMBU-teams en de SIGMA zijn uitgerust. In de unit zitten aanvullingspakketten voor de spoedkoffers, aanvullingspakketten voor de verbandkoffers, en zuurstofcilinders. Hierdoor kan de Geneeskundige Combinatie in totaal zo’n vier uur vooruit.
De geneeskundige hulpverlening vindt door dit alles zeer gestructureerd plaats. Daardoor kunnen de ambulanceverpleegkundigen en een eventueel traumateam hun aandacht volledig richten op de behandeling van de gewonden. Hiermee wordt een behoorlijke tijdswinst geboekt. En tijd is een zeer belangrijke factor als het gaat om het redden van mensenlevens!
